Afgelopen vrijdag vond het jaarlijkse Miljoenennotacongres plaats in de lounge van de Rijksacademie. Bijna 200 mensen waren nieuwsgierig naar de feiten uit de Miljoenennota 2018. Voorzitter Rens Nissen van de directie Algemene en Financieel-Economische Politiek van het ministerie van Financiën kwam er al snel achter dat de zaal gevuld was met vooral ambtenaren en enthousiaste trainees. Tot zijn verbazing constateerde hij echter dat slechts zo’n 20 mensen ook het congres over de verantwoording op de derde vrijdag van mei bijwoonden.

Dick Kabel, hoofd van de afdeling Begrotingsbeleid van de directie Begrotingszaken van het ministerie van Financiën liet zien dat de overheidsfinanciën er goed voor staan met een verwacht overschot van 0,8% BBP en een schuld die onder de kritische grens van 60% is teruggekeerd en verder daalt. Peter van den Berg van de Raad van State bevestigde dit beeld, maar plaatste hier de kanttekening bij dat het structurele EMU-saldo weliswaar in de plus is, maar slechts beperkt. Wij verkeren derhalve in een periode van hoogconjunctuur en het opbouwen van buffers is dan verstandig.

Het panel bestaande uit Manon Leijten, SG van het ministerie van Financiën, Marike Stellinga, politiek verslaggever van de NRC, Henk Nijboer van de Kamerfractie van de PvdA en Peter van den Berg gingen vervolgens in discussie met elkaar en de zaal. Het panel en de zaal waren het eens dat Nederland er relatief goed voor staat in vergelijking met andere landen, mede met dank aan het gevoerde begrotingsbeleid. Verschil van mening is er over het gewenste beleid voor de toekomst, ofschoon de uitdagingen wel gedeeld worden. Zo ziet men als opgave voor een komend kabinet het beantwoorden van de vraag hoe je ervoor kunt zorgen dat de zorguitgaven de andere collectieve uitgaven niet te veel gaan verdringen. Een tweede puzzel voor een komend kabinet is hoe je verstandig verder kunt gaan met hervormen zodat de overheidsfinanciën op lange termijn houdbaar blijven en er toch geld vrijgemaakt wordt voor structuurversterkende investeringen in bijvoorbeeld kennis, innovatie en duurzaamheid.